
"Emergence" is een krachtig en evocatief gedicht dat thema's van zelfontdekking, transformatie en innerlijke strijd verkent. Het beschrijft de reis van een vrouw die danst om de beperkingen van haar verleden en de beperkingen van een gebroken toekomst te ontsnappen. De beeldspraak van "kinderfantasieën in brand met schitterende feeën" contrasteert met de diepere, complexere reis die ze onderneemt als volwassene, waarbij ze de "verborgen wereld van de vreugde van de ziel" verkent en de uitdagingen van groei en zelfactualisatie aangaat. Het gedicht brengt een delicate balans tussen licht en duisternis, onschuld en wijsheid. Het terugkerende thema van "ontwaken" en "emergentie" spreekt over het proces van zelfbevrijding en het herwinnen van eigen kracht. Er is ook een gevoel van voorzichtigheid in het gedicht, aangezien de hoofdpersoon haar pad zorgvuldig moet navigeren, weerstand biedend tegen de verleiding om terug te vallen in oude patronen van angst en verzet. De beelden van "stormachtige wateren," "gevaarlijk terrein" en de "opkomende slang" suggereren de gevaren en obstakels die gepaard gaan met persoonlijke groei, maar ook de noodzakelijke confrontatie met deze krachten om vooruit te komen. Het einde is een van transformatie, wanneer het kind zich terugtrekt en de vrouw vooruitgaat, wat symbool staat voor de overgang van onschuld naar kracht, van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid. De dageraad van een nieuwe dag vertegenwoordigt hoop en het potentieel voor vernieuwing, terwijl ze vooruitgaat in onbekend gebied, verlicht door haar eigen innerlijke kracht en wijsheid. Al met al gaat het gedicht over het omarmen van het onbekende, het loslaten van oude angsten en het stappen in de volle potentie van wie men werkelijk is. Het is een reis van opkomst, waarbij het individu voorbij oude beperkingen stijgt om volledig te worden wie het werkelijk bedoeld is te zijn.
EMERGENCE
​
Dancing to escape the poverty of a future of broken dreams
Her childhood fantasies afire with glimmering fairies
Moving, swaying to the beat of an enchanted world unseen,
Unexplored, uncharted, insistent in its beckoning call to know
What is unknown.
The spirit of one so drawn into the hidden
World of the soul's delight must with caution approach the mystery
Lest she descend back into mind's darker realms leaving her
Chosen path behind. Not shame nor fear of growth deters her resolve nor determination to lay down ghosts of seasons past
Once kicking, fighting, resisting, to their well deserved eternal Rest.
With each awakening breath her heart quickens it's beat,
Quietness gives rise to chatter. The serpent emerges in full regalia
And the ancient dialogue begins again. Visions has she standing
Alone and naked bridging a landscape of the most treacherous terrain.
Navigating stormy waters, oceans and seas tumultuous rising
Mountains and valleys blending into one. Elusive is the tranquility slumbering
Within the belly of the beast. Solitude once so invasive is now embraced
Giving voice to the song emerging from her depths.
The land of people, venturing into new territory, hidden once but not unseen
By the inner eye's curious glance; the child retreats the woman advances
And daybreak dawns casting its light through the haunted Glen.
​​
​
©1995
Catherine L. Penney​